Vergelijking woonlasten 2021

Benchmark lokale lasten

Achtergrond benchmark
Om onevenredige stijging van de collectieve lastendruk te voorkomen heeft het Rijk vanaf 2007 tot en met 2019 een beperking gehanteerd op de stijging van de OZB-opbrengst van alle gemeenten samen in de vorm van een macronorm. In 2014 is geconcludeerd dat de macronorm geen effectief beheersingsinstrument is gebleken omdat de norm niet heeft bijgedragen aan de gematigde lastenontwikkeling, omdat de besluitvorming over tarieven in gemeenten in de eerste plaats geënt is op lokale afwegingen. Het kabinet vond de in het rapport opgenomen alternatieven voor de norm op dat moment echter onvoldoende uitgewerkt om meteen te besluiten tot het afschaffen hiervan. Sindsdien is de vergelijking van de lokale lasten (OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing) tussen gemeenten, volgens het Rijk, beter mogelijk geworden. Onder meer door de publicatie van de jaarlijkse Atlas van de lokale lasten door het COELO en de wettelijke verplichting om in de gemeentelijke begroting de ontwikkelingen toe te lichten.

Met ingang van 2020 is de macronorm OZB dan ook vervangen door een jaarlijkse benchmark , waarin naast de OZB ook de riool- en afvalstoffenheffing worden vergeleken. De benchmark wordt samengesteld door het COELO, opgenomen in de Atlas van de lokale heffingen en past goed binnen de autonome beleidsbevoegdheid van gemeenten ten aanzien van de lokale heffingen, zo schrijft minister Kajsa Ollongren eind april 2019 aan de Tweede Kamer. Volgens de minister bevordert de benchmark het lokale debat over de ontwikkeling van de autonome keuzes over de heffingen. Op lokaal niveau vraagt dit, volgens haar, van gemeenten nog beter uitvoering te geven aan de al bestaande verplichting om de lastenontwikkelingen in de gemeentelijke begroting deugdelijk te onderbouwen. In de beantwoording van kamervragen door de minister over de stijging van de gemeentelijke belastingen in 2021 is aangegeven dat evaluatie van de benchmark gepland staat voor 2025. Dan wordt ook gekeken naar de relatie tussen de afschaffing van de macronorm en de ontwikkeling van de lokale woonlasten.

Benchmark 2021
In deze benchmark voor 2021, opgenomen in de COELO Atlas van de lokale lasten 2021 vanaf pagina 137, wordt een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de gemeentelijke tariefontwikkeling per provincie gegeven, net als de landelijke en provinciale gemiddelden. Middels de (grafische) vergelijking voor Zuid-Holland op pagina 141 worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijk gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie het cumulatief bedrag van de drie heffingen (OZB, afvalstoffen- en rioolheffing) per gemeente voor 2021 en de tariefswijzigingen per gemeente ten opzichte van 2020.

De figuren bieden de mogelijkheid om de gemeenten op verschillende punten te vergelijken. De positie op de x-as (hoe ver naar rechts staat de gemeente?) geeft informatie over de hoogte van de gemeentelijke woonlasten in vergelijking met die van de andere gemeenten in de provincie. De horizontale rode lijnen laten zien in hoeverre de gemeentelijke woonlasten en de mutatie afwijken van het gemiddelde in Nederland (doorgetrokken rode lijn) en de provincie (gestippelde rode lijn). Het gemiddelde voor Nederland bedraagt € 811 en voor Zuid-Holland is dit € 824. Het stijgingspercentage ten opzichte van 2020 bedraagt landelijk 5,1% en voor Zuid-Holland 5%. Verder kan de hoogte van de OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing worden vergeleken. Enkele gemeenten hanteren een korting op de totale aanslag (heffingskorting). De hoogte van de heffingskorting wordt weergegeven met een oranje balkje. Het bedrag van de heffingskorting is verrekend met de gemiddeld betaalde OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing in de gemeente door het gekorte bedrag te delen door drie en dit in mindering te brengen op de drie betaalde bedragen.

Deze pagina is gebouwd op 11/01/2021 11:32:14 met de export van 10/08/2021 09:24:42